Afwijzing, het is niet zo’n lekker thema. Maar als je eenmaal ontdekt hoe je de angel uit dit thema kunt halen, zul je zien dat het lang zo erg niet is.

Wij mensen, maar vooral wij vrouwen, houden niet zo van afwijzing.

Het is lastig om anderen af te wijzen.
Het is lastig om afgewezen te worden.

We wijzen echter wel steeds af, en voelen ons ook makkelijk afgewezen.

Kortom, tijd voor 2 eye-openers op het gebied van afwijzing. Zodat je minder last hoeft te hebben wanneer jij wordt afgewezen en zodat je minder (het gevoel hoeft te hebben) schade aan te richten wanneer je zelf afwijst.

Verwarring op de lijn = boosdoener

Afwijzing an sich is niet zo’n ding. Je zegt nee tegen iets, of iemand zegt nee tegen iets van jou. Prima. Maar helaas blijft het daar vaak niet bij. Want waarom voelt het dan vaak zo rot als afwijzing in het spel is?

Dat heeft alles te maken met de verwarring die ontstaat. Verwarring vertroebelt, maakt dingen onhelder. En voor dat je het weet, gaat het niet meer over dat waar het in eerste instantie over ging. Daarmee breidt het drama-gehalte in no-time uit. En weet je niet meer hoe je nou van de regen in de drup belande.

Er zijn 2 essentiële zaken die vrijwel altijd verward worden als het gaat om afwijzing. Als je die helder krijgt, kun je heel anders gaan kijken naar afwijzing en zal de ‘last’ dus verminderen:

1. Ergens vóór zijn, is niet hetzelfde als ergens tégen zijn

Wanneer iemand een keuze of beperking kenbaar maakt, zegt dat alleen iets over dat er een keuze is gemaakt, een selectie. Dat niet meer alles meedoet maar, maar dat ene wel.

Vaak echter, horen wij meteen dat het andere deel wordt uitgesloten, afgewezen dus. Dat is precies waar de verwarring optreed. We leggen de nadruk en focus op de afwijzing. En voor dat je het weet, heb je een discussie over waarom het tweede deel niet mee doet. Ontstaat er onderhuidse irritatie, groeit het onbegrip. en nog een stap verder: staat degene die een keuze kenbaar maakte te verdedigen dat ze echt niet tegen dat andere is. Ja echt, zo gaat het. In no-time.

Laat ik een voorbeeld geven. Ik werk mét vrouwen. Ik schrijf vóór vrouwen. Je wilt niet weten hoe vaak mij gevraagd wordt waarom ik mannen uitsluit. Want, wat ik schrijf is toch ook goed voor mannen? En, uitsluiten is toch juist niet goed als je spreekt over menselijkheid, zoals ik dat doe me Perfect Onvolmaakt?

Ik leg dan uit (waarom moet ik dit uitleggen?) dat ik niet tégen mannen ben, maar dat ik kies vóór vrouwen. Het is een keuze, het geeft focus. Ik richt mijn ‘pijlen’ daarmee met meer precisie. Ik ben mij zeer bewust van de noodzaak dat ook mannen de kracht van Perfect Onvolmaakt leren kennen. Maar ja, ik heb er zo mijn redenen voor (als je ze wilt horen, bij de FAQ licht ik ze toe). Maar in wezen zou dat niet onderwerp van gesprek hoeven zijn. Waarom moet ik ‘verdedigen’ dat ik niet tegen mannen ben als ik voor vrouwen kies?

Een ander voorbeeld, stel je zegt tegen je schoonmoeder dat je niet komt op haar verjaardag omdat je iets anders wilt doen. Kies je dan tégen haar? Of kies je dan vóór iets anders, dat op dat moment meer van waarde voor je is? Zou je moeten uitleggen waaróm je niet voor haar (lees: tegen haar) kiest? Welnee!

Ok. Dus het zou niet hoeven. Maar het voelt wel shit af en toe.
Dus hoe kan je dit inzicht inzetten?

  • Als je afgewezen wordt/ het gevoel hebt afgewezen te worden: bedenk je dan dat de ander misschien helemaal niet tégen jou kiest, maar voor iets anders. Dat jij misschien helemaal niet onderwerp van haar overweging bent. Maar dat andere gewoon op nr 1 staat. Op dit moment. Meer is het niet.
  • Als je zelf iemand afwijst (lees: voor iets of iemand anders kiest), en je hebt door dat de ander het zeer persoonlijk maakt: doe dan even hardop wat je hier hebt geleerd. Zeg gewoon even hardop: deze afweging gaat NIET over jou. Ik kies vóór iets anders. Daarmee zeg ik niets over jou. En denk er achteraan: als iemand dat niet kan horen, als iemand evengoed zich slachtoffer van jouw keuze wil maken – so let it be. That one is on her.

 

2. Afwijzing gaat over een deel, niet over het geheel

Wanneer je iemand afwijst, wijs je een deel van diegene af, meestal dienst gedrag. Je wijst niet de persoon als geheel af. En omgekeerd: als iemand jou afwijst, kan dat voelen en binnenkomen als: ik deug niet. IK word afgewezen. Maar nooit gaat het om jou in alle facetten, om het geheel van wie je bent. Je kunt het zo ervaren. Maar dat is niet wat gaande is. Handig om helder te hebben. Want het scheelt een hoop pijn en ellende in je gevoelswereld.

Een leraar noemde eens het volgende voorbeeld, het is zo eenvoudig en haast stom, dat ik het altijd heb onthouden. Juist omdat het zo’n basaal voorbeeld is, en zoooo herkenbaar, juist daarom helpt het goed.

Als iemand haar best doet om een mooie maaltijd op tafel te zetten, en dan spruitjes op tafel zet, en jij zegt dat je niet van spruitjes houdt – is de kans groot dat die ander hoort: ik hou niet van je, ik waardeer je niet, jij deugt niet. In de feiten, maak je kenbaar dat je niet van spruitjes houdt. Het zegt helemaal NIETS over jouw waardering of liefde voor die ander.

Maar eerlijk is eerlijk – hoe makkelijk is het niet, om je afgewezen te voelen als persoon als iemand anders afwijst wat jij aanbiedt? Ja, precies. Erg makkelijk.

Hierbij is de sleutel:

  1. om  je bewust te zijn van deze verwarring
  2. om jezelf tot de orde te roepen (nee, ik zeg niet dat ik niet van de persoon hou als ik diens waren afkeur/ nee, de ander zegt niet dat die niet van MIJ houdt als die mijn gebaar afwijst),
  3. om je basis te versterken: weet dat jij de enige bent die jou bestaansrecht kan geven, dat een ander jou niet hoeft en niet kan bevestigen dat jij werkelijk oke bent.
  4. om te weten dat jij oke bent, ook al wijs je een deel af van die ander. Jij hoeft jezelf niet te verantwoorden daarvoor.

In gesprek

Laat hieronder in de comments van je horen.
Dat doe je niet alleen voor jezelf, maar ook voor de andere lezeressen.

Hier wat vragen om je op weg te helpen:

  • Wat herken je van bovenstaande?
  • Wat is het lastigste daarin?
  • Noem een voorbeeld waarin jij of degene die je afwees het té persoonlijk opnam, en hoe je daarmee om bent gegaan.
  • Durf jij te zeggen dat je geen spruitjes lust (bij wijze van spreken)?
  • Voel jij een persoonlijke afwijzing als iemand anders jouw ‘spruitjes’ afwijst?

 

Liefs,

leontinesignature